Allerheiligen 2026: De dood en daarna

Uit onderzoek blijkt dat veel gedoopten wel geloven in ‘iets’, maar twijfelen aan het bestaan van de Hemel. Tja, de Hemel. Wat blijft er van ons ‘over’ als we sterven? Ja, we hebben in onszelf een kern die overblijft. We noemen die kern ‘ziel’. Tijdens ons aardse leven woont de ziel in ons lichaam en maakt het lichaam levend. De ziel hoort bij het lichaam en het lichaam hoort bij de ziel. Maar… ze kunnen elkaar kwijtraken. Dat is dan ‘sterven’. Over heel de wereld geloven mensen dat de mens méér is dan een lichaam alleen. In alle culturen en bij alle volkeren gelooft men op een of andere manier in het bestaan van de ziel. En als het lichaam sterft is de ziel een soort dakloze die je niet meer ziet. Maar de ziel is er nog wel. Dat blijkt ook uit verhalen van mensen die een bijna-doodervaring gehad hebben. Ze zien zichzelf liggen na hun sterven en zien een tunnel van licht. Daar gaan ze dan binnen. Of niet als ze gereanimeerd worden.

Voor een Christen komt er nog iets bij: de ziel is onrustig tot de ziel rust vindt in God (dat zei de Heilige Augustinus). Ieder mens heeft een diep verlangen naar volheid. En pas als je God ontdekt, valt uwe frank, en dan ontdek je waarnaar je al die tijd op zoek was. En als het goed is verlangt een gelovige steeds meer naar God, je gaat zelfs je hele leven daarop inrichten. Dat zie je heel duidelijk in de Bijbel waar je kunt lezen wat er gebeurt als mensen geraakt worden door God. Als mensen de Heer leren kennen, gaat Hij met hen op weg in een woordeloos ‘gesprek’. Zo bemoedigt de Heer de mens om Zijn liefde te beantwoorden en daarnaar te leven. Maar… je kunt dat ook negeren en leven alsof God niet bestaat of niet belangrijk is. De mens is door God geschapen en is volledig vrij. Maar het is dus niet zo dat je automatisch naar de Hemel gaat. We hebben de hulp van God nodig en God wil ons ‘ja-woord’. Een mens is vrij om Gods liefde te beantwoorden of te weigeren. Als je tegen God bent, tegen je naaste, tegen jezelf, tegen de schepping… dan wordt de Hemel onbereikbaar. Als ik zie hoe mensen soms voor andere mensen een ‘hel op aarde’ maken, dan vrees ik dat het voor die daders heel moeilijk wordt om de Hemel te bereiken. Wat je de anderen aandoet, zul je uiteindelijk ook jezelf aandoen. Op eigen kracht naar de Hemel gaan is onmogelijk. We gaan niet automatisch naar de Hemel. We hebben Gods hulp nodig. Gelukkig maakt God de Hemel toegankelijk. We geloven namelijk dat Gods Zoon, Jezus Christus, is opgestaan uit de dood; Hij is het Lam dat de overwinning heeft behaald. Als je God als Vader erkent, als je beseft dat je een kind bent van God, als je Jezus Christus volgt, dan mag je geloven dat de dood geen vat op je heeft. En ook al zijn we zwakke mensen, juist in onze zwakheid kunnen we God ontmoeten. Een pijnlijke confrontatie met jezelf, je zwakte kennen en toegeven, kan een bevrijdende ontmoeting met onze Verlosser worden. In het licht van Jezus Christus zien we onszelf, soms pijnlijk, maar we zien Hem ook zoals Hij is: barmhartig, vergevingsgezind, vol liefde en bereid Zijn vrede te geven. En als kers op de taart is God bereid om ons dode lichaam weer met onze ziel te verenigen, bij de Verrijzenis op de laatste dag. Het verrezen lichaam wordt dan gelijk aan het Verrezen en Verheerlijkte lichaam van Jezus Christus. We zullen aan Hem gelijk zijn en Hem zien zoals Hij is. “Wie zulk een heil van God verwacht, maakt zich rein zoals Christus rein is” schrijft Paulus.

            Beste mensen, Het is belangrijk om dit te horen en te weten. Ja, maar het is niet hét belangrijkste. Zo is er in de Bijbel sprake van koning Salomo. Van hem werd gezegd dat hij de wijste was van alle mensen. Maar het probleem van koning Salomo was geen gebrek aan wijsheid. Veel gelovige mensen denken dat hun grootste probleem is dat ze niet genoeg weten. Maar de Bijbel leert iets anders. Salomo had gigantische wijsheid, en toch mislukte hij. Waarom? Omdat het grootste menselijke probleem niet intellectueel is. Het is spiritueel. We hebben niet altijd méér informatie nodig. We hebben een veranderd hart nodig. Trouwens, Jezus heeft nooit gezegd: Zalig zijn zij die het meeste weten. Hij zei: Zalig de zachtmoedigen, zalig de barmhartigen, zalig die vrede brengen, zalig de zuiveren van hart. Iemand kan de Bijbel uit het hoofd leren en toch vol trots zijn en denken God niet meer nodig te hebben. Iemand kan krachtige preken houden en in het geheim van Christus wegdrijven. Salomo had wijsheid, maar wijsheid was nooit bedoeld om los van God te leven. Geloven in Jezus betekent niet dat je slimmer dan de anderen moet worden, maar dat je ‘in Christus’ blijft. Zoals Jezus zei: “Zonder mij kun je niets.” Niets is niets, noppes, nul, nada. Koning Salomo leert ons dat wijsheid los van God hoogmoed kan worden. En dat is de eerste stap naar een spirituele ramp. Het is heel goed dat je goed studeert en veel leert. Het antwoord is wijsheid gecombineerd met aandacht voor medemensen, solidariteit en liefde voor Jezus Christus, elke dag opnieuw. Amen.

Scroll naar boven