Zonder water is er op aarde geen leven mogelijk. Soms zijn de winters en de lentes zeer nat, te nat. Als er droge zomers zijn, is de hitte levensbedreigend voor planten en dieren, zelfs voor mensen. Water is dus heel kostbaar. Dat beseffen we vooral als we gewerkt hebben in de hitte, dan bedelt ons lichaam om vocht. Dan beseffen we pas echt dat water doet leven.
Ons lichaam heeft water nodig, maar ook ons hart. Elk mensenhart kent ‘dorst’ naar aandacht en vriendschap, ‘dorst’ naar waardering en liefde. In elk mensenhart is er een dorst naar geluk en trouwe liefde. Gelukkig zijn er medemensen die onze ‘dorst’ lessen. Dat is iets om dankbaar voor te zijn. Wij bloeien open als medemensen ons bemoedigen en nabij zijn. En toch… ondanks deze ‘dorstlessers’ blijft ons hart zoeken, dorstig, onvoldaan.
Wie bemint een mens zó dat het beste in hem of haar naar boven komt? Het antwoord is Jezus Christus, Gods Zoon. Zijn liefde is zo groot en overvloedig, dat onze dorst gelest wordt. Bij het doopsel, met water, wordt Gods liefde ons geschonken. Deze liefde verandert ons hele leven. Water geeft leven, maar Gods liefde geeft ons het eeuwig leven. Dat neemt niet weg dat wij, Christenen, ook wel eens tegenslagen en moeilijkheden tegenkomen in het leven. Op sommige momenten is ook ons leven instabiel en onzeker. We vragen ons dan af wat de toekomst zal brengen. Ondertussen leven we ook in een rusteloze tijd. Maar als we weten dat we door God, door Zijn Zoon Jezus Christus, aanvaard en bemind worden, maakt dat dat we hoopvol blijven. De hoop, geworteld in Gods liefde, is als levengevend water in het leven van Christenen. En nog meer, een hart dat vol is van hoop, levengevend water, is als een put vol lekker koel water. Die levengevende hoop in ons hart mogen wij delen met medemensen. Andere mensen mogen hun dorst lessen, zodat ze bemoedigd worden op momenten dat de hitte van de levensdag te zwaar is. Laten wij vragen dat de Heer bij ons blijft, vandaag, altijd en ten eeuwige leven.
Karel Loodts, pastoor





