De Christelijke taal


Paus Franciscus zei een paar jaar geleden: “Het Christelijk leven is een strijd” en hij moedigt de Christenen ‘die een beetje lui zijn’ deze geestelijke strijd aan te gaan. Wat bedoelt hij? De relatie met God de Heer moet verdedigd worden, men moet weerstand bieden en strijden om erin voort te gaan. Als je die strijd aangaat en overwint, geeft dat vreugde en word je gelukkig. Waartegen wordt gestreden? Er zijn drie vijanden van het Christelijk leven: de duivel, de wereld en het vlees; oftewel: de hartstochten, de bekoringen en beproevingen die ons regelmatig overvallen.


Paus Franciscus was duidelijk over de duivel: “de strijd speelt zich af tegen onzichtbare krachten, de machten van de duisternis die de wereld beheersen, de geesten van het kwaad die boven ons staan”. De Paus durfde! Waar hoor je in onze tijd nog over de duivel? In onze tijd denken veel mensen dat de duivel niet bestaat, dat het een mythe is, iets van het verleden, een symbool voor het kwade om ons heen. Paus Franciscus: “de duivel bestaat en men moet tegen hem strijden.” Waar komt de duivel vandaan? De Christelijke Traditie leert dat de duivel een gevallen Engel is. God is goed en Hij had in het begin de goede Engelen geschapen, maar een gedeelte van de Engelen kwam in opstand tegen het plan van God en ze werden duivel, geesten van het kwaad.


In deze Veertigdaagse Vastentijd mogen wij de wapens van God ter hand nemen: het gebed, het vasten en de naastenliefde. We worden uitgenodigd in deze tijd wat meer te bidden dan anders, wat te vasten door iets te doen of te laten, onze medemensen nog vriendelijker te bejegenen en te helpen. Zoek je een bijzonder puntje om te doen in deze Veertigdaagse Vastentijd? Een tip: spreek in je leven de taal van Jezus Christus. Getuig van Hem in je dagelijks leven zodat de mensen in je spreken en doen kunnen zien dat je Christen bent. Wanneer we ontdekken dat mensen niet gelovig zijn, hebben we snel de neiging om ons geloof te verzwijgen of te verdoezelen. Dat is niet nodig.


Zo was ik een tijd geleden bij een familie om de uitvaart van hun moeder voor te bereiden. De kinderen vertelden me dat ze aan alles konden zien dat moeder gelovig was. Ze brandde regelmatig kaarsjes bij Maria, ging naar de kerk en bad. Hoewel de kinderen en kleinkinderen weinig met hun geloof deden, getuigde moeder van haar geloof door te zeggen dat ze van Jezus en Maria hield en dat ze God soms heel nabij voelde. Moeder was de enigste die voor het eten een kruisje maakte. Moeder bestelde elk jaar voor vader een Mis, een jaargetijde, ook al kwam het grootste gedeelte van het gezin niet mee. Nu moeder gestorven was, spraken de kinderen en kleinkinderen vol bewondering over het geloof van moeder en oma. Ik had de indruk dat ze een beetje jaloers én trots waren op haar geloof. Deze moeder was dus haar taal als Christen blijven spreken ook al sprak bijna iedereen in haar omgeving een andere taal.


Daarom, blijf strijden en getuigen van je geloof, blijf de Christelijke taal spreken in je gewone doen en laten van elke dag. Verdedig je relatie met God de Heer en je zult samen met Hem overwinnen.


Pastoor Karel Loodts

Scroll naar boven